HOME

Godlinze

Godlinze komt al rond het jaar 1000 in een lijst met inkomsten uit de landgoederen van het klooster Werden voor. Het dorp wordt dan ‘Godlevingi’ genoemd.
Godlinze is met 6 meter een hoge wierde. De wierde is nooit afgegraven voor het winnen van de vruchtbare terpaarde. De bodem is dus nog grotendeels intact. Archeologisch heeft de wierde Godlinze daarom een zeer grote waarde.

Kloostermop met voetafdruk, gevonden in Godlinze.

Op pad in het dorp

1. wierde [kaart]

Godlinze lijkt een radiaire (wielvormige) wierde. Toch is deze wierde niet helemaal in taartpunten verdeeld, want de noordelijke helft is verkaveld door stukjes grond die als taartpunten vanuit het midden komen, maar alles ten zuiden van de Hoofdweg is rechthoekig verkaveld. De kerk en het kerkhof liggen precies op het hart en hoogste punt van de wierde.

2. Pancratiuskerk (buiten) [kaart]

Aan de verschillende soorten bouwmateriaal en de overblijfselen van oude stukken muur en vensters kun je aflezen hoe de Pancratiuskerk zich in de loop der eeuwen heeft ontwikkeld.
Door een vermelding in een oud geschrift en op een kerkklok uit 1435 weten we dat kerk aan de heilige Pancratius gewijd is. Pancratius werd in de 3de eeuw in noord Turkije geboren, maar werd al vroeg wees. Zijn oom bracht hem naar Rome om hem daar een goede toekomst in het romeinse leger te geven.
In die tijd werden christenen door de romeinse keizer bestreden. Pancratius sloot zich bij de christenen aan, maar werd verraden. De keizer dreigde hem met gruwelijke martelingen als hij zijn geloof niet zou afzweren, maar Pancratius gaf niet toe. Hij werd met een zwaard onthoofd. De heilige Pancratius wordt vaak afgebeeld met een palmtak, het teken van de martelaren, en het zwaard waarmee hij werd vermoord.
Op de plek waar nu de Pancratiuskerk staat werd al rond 1100 een kerkje gebouwd. Als bouwmateriaal werd tufsteen uit de Eifel gebruikt. Tufsteen is een vulkanisch gesteente. Het werd per boot uit Duitsland aangevoerd. De grijze blokken tufsteen werden bij de verbouwingen van de kerk steeds opnieuw gebruikt en gemengd met bakstenen. Daardoor kom je de tufsteen op her en der in de kerkmuren tegen.
De muren van de kerk bevatten ook groepen kloostermoppen, dat zijn grote bakstenen die met de hand en houten vormen werden gemaakt. Rond 1200 nam het gebruik van tufsteen af en werd baksteen populair. De monniken namen de oude romeinse technieken van het stenen bakken opnieuw in gebruik. Daarom worden deze bouwstenen ‘kloostermoppen’ genoemd. Kloostermoppen hebben ongeveer dezelfde afmetingen als de blokken tufsteen en zijn een stuk groter dan de kleinere bakstenen die weer later werden gebruikt.
De steenbakkerij was dicht bij de bouwplaats van de kerk, zodat er zo min mogelijk stenen aangevoerd hoefden te worden. De stenen werden in de buitenlucht te drogen gelegd. In sommige stenen is de pootafdruk van een hond, een schaap of een klein roofdier te zien.
De Pancratiuskerk is gebouwd in de romaanse bouwstijl. Deze bouwstijl kwam in Europa tussen 1000 en 1200 in de mode. Het romaans wordt ook wel ‘rondboogstijl’ genoemd, omdat de vensters en bogen van de gewelven halfrond zijn. Die ronde bogen waren afgekeken van de gebouwen die de Romeinen bouwden.
Als je om de kerk heen loopt zie je naast rondboogvensters ook vensters met spitse bogen. Spitse bogen raakten in de 12de eeuw in de mode. Deze stijl heet ‘gotiek’.

3. Pancratiuskerk (binnen) [kaart]

De meeste schilderingen in de Pancratiuskerk zijn in 1571 aangebracht. Deze datum is te zien in een inscriptie. Op verschillende plaatsen in de kerk zijn wapenschilden van belangrijke families geschilderd.
De meeste schilderingen zijn bont, je ziet imitaties van bakstenen en natuursteen, stippels, lelies, klavers en schalen. Er zijn verschillende heiligen afgebeeld. De heilige Pancratius is met het zwaard van zijn martelaarschap en de palmtak afgebeeld. Ook gereedschappen die door metselaars werden gebruikt, zoals een hamer, een troffel en een zaag, zijn afgebeeld.
Aan de zuidkant van het orgel zien we een portret van een dame in een klokrok. Dat is waarschijnlijk iemand die de kerk geld heeft geschonken. Er is een afbeelding van mannen in ‘Spaanse’ kledij, hangend aan een lelietak. Delen van de vroegste beschildering zijn nog zichtbaar op het gewelf van het koor, het meest oostelijk deel van de kerk. De ring waar de gewelven van het koor samenkomen, de zogenaamde ’sluitring’, is gevuld met een schildering van het Lam Gods.

4. grafveld [kaart]

In de meeste dorpen zijn begraafplaatsen en kerkhoven aangelegd. Rond de oude kerken staan meestal grafstenen die er al enkele eeuwen geleden zijn geplaatst. Als we verder teruggaan in de tijd wordt het vaak moeilijker iets terug te vinden van de mensen die in het gebied hebben geleefd.
Soms wordt er bij opgravingen, of bij toeval, iets aangetroffen dat beter bestudeerd moet worden. In 1919 werd bij Godlinze in een weiland net buiten de wierde een groep graven aangetroffen. Dit grafveld is tussen 750 en 800 na Christus ontstaan. In die tijd werd de belangrijke koning Karel de Grote keizer van een groot gebied dat we nu het ‘Karolingische Rijk’ noemen. Daarom wordt het grafveld een ‘Karolingisch’ grafveld genoemd.
In deze periode werd in het terpen- en wierdenland de germaanse godsdienst verdrongen door het Christendom. Misschien dat men de doden daarom is gaan begraven, terwijl ze daarvoor werden verbrand.
In het grafveld zijn meer dan 100 menselijke skeletten gevonden. Het grafveld is na onderzoek weer toegedekt om ook voor toekomstige generaties te worden bewaard.

Direct naar de kaart op Google maps »

TOP

Kijk voor meer informatie op:

terpenenwierdenland.nl en

educatie.terpenenwierdenland.nl