HOME

Hallum

Hallum heeft ongeveer 3000 inwoners en ligt in een gebied dat vroeger Oostergo werd genoemd. Oostergo is gevormd door de zee. Langs de Waddenzee en de nu ingepolderde Middelzee ontstonden nederzettingen op natuurlijke verhogingen in het landschap, de kwelderwallen. Hallum is op zo'n kwelderwal ontstaan. Uit onderzoek weten we dat er in Hallum in de 3de eeuw van onze jaartelling mensen woonden.
In de buurt van Hallum zijn voorwerpen gevonden die erop wijzen dat de bewoners contact hadden met de Romeinen.
In de terp is een mantelspeld uit de tweede eeuw voor onze jaartelling gevonden. Er zijn zelfs scherven uit een nog eerdere periode gevonden. We kunnen daarom  zeggen dat er al mensen voor onze jaartelling op deze plek kwamen. Of zij er ook permanent woonden weten we niet.

De top van de terp met kerkhof en kerkpad.

Op pad in het dorp

1. terp [kaart]

Hallum is een radiaire terp, want het heeft de vorm van een groot wagenwiel met spaken. Er lopen straten recht vanuit het middelpunt, de begraafplaats, naar de rand. Die straten komen uit op een weg die in een cirkel om het middelpunt heen loopt.
De eerste boerderijen lagen bovenop de terp. Tussen 900 en 1200 bouwde men de boerderijen rondom de terp op het lager gelegen omringende land. Het hoger gelegen terrein werd in die tijd gebruikt voor akkerbouw. De terp werd in deze periode opgehoogd. Om het regenwater dat op de terp viel beter weg te laten stromen werden sloten gegraven. Deze sloten verdeelden de terp in een aantal taartpunten en zo ontstond de radiaire verkaveling. De kerk en het kerkhof liggen vrijwel midden op de terp, die op dat punt iets meer dan 5 meter hoog is.

2. Maartenskerk [kaart]

Bovenop de terp ligt de Maartenskerk met daar omheen het kerkhof. Op deze plek stond al rond 1100 een kerkje van tufsteen. Tufsteen kwam uit Duitsland. Het is gestold gesteente uit de oude uitgedoofde vulkanen in de Eifel. De blokken tufsteen hebben een lichtgrijze kleur en zijn veel groter dan de bakstenen die men later voor het bouwen en uitbreiden van kerken gebruikte.
Die kerk brandde in de 12de eeuw bijna helemaal af toen een paar belangrijke families ruzie kregen en hun strijd tot in de kerk uitvochten.
Op de resten van de kerk bouwde men een grotere kerk van baksteen. Het nog bruikbare bouwmateriaal van de oude kerk werd opnieuw gebruikt. Daarom kun je hier en daar nog resten tufsteen in de muren zien. De baksteen werd daar gewoon omheen gemetseld.
In 1804 stortte de toren in en werd weer opgebouwd, nu helemaal met baksteen, en kreeg een spits.

3. Puortabuorren [kaart]

Dichtbij de kerk lag de Sythiemastate. De ‘Poartebuorren’ is nog een herinnering aan de toegangspoort van deze state. De laan van de state kwam uit op het ringpad rond het kerkhof. De familie Sythiema wordt al in 1397 genoemd. Onne Sythiema was ‘grietman’, hoofdeling, van Ferwerderadiel. In de 15de eeuw woonde Tjalling Sythiema in de state. Tjalling was een vechtersbaas die eerst hoorde bij de partij van de Vetkopers maar later overliep naar de Schieringers. Hij sneuvelde in een gevecht met een dorpsgenoot die tot de andere partij behoorde. De Sythiemastate werd zoals veel andere states en stinzen in de 18de eeuw afgebroken. De stenen werden gebruikt om een state in een ander dorp weer op te bouwen. Het poortgebouw bleef nog tot het eind van de 19de eeuw bestaan. Van het poortgebouw zijn nog enkele stenen en de sleutel bewaard gebleven.

4. Gedempte Haven [kaart]

In de late middeleeuwen en ook daarna was Hallum een belangrijk dorp. Dat kun je zien door naar de oude bebouwing te kijken. Behalve de kerk en de huizen daaromheen, de zogenaamde kerkbuurt, heeft Hallum nog een tweede buurt, namelijk langs de voormalige haven. In die buurt woonden allerlei mensen die verschillende beroepen en ambachten uitoefenden. De oude haven is er niet meer.

5. Frederik van Hallum [kaart]

Frederik van Hallum was de oprichter en abt van de abdij Mariëngaarde. Hij werd rond 1125 geboren en stierf op 3 maart 1175. Het klooster Mariëngaarde werd in 1163 gesticht omdat de kerk te klein werd. Het lag direct achter de eerste zeedijk op een hooggelegen zandrug ten zuiden van Hallum. Eerst was er alleen een kapel maar onder de leiding van Frederik vestigden er zich steeds meer mensen uit de omgeving.
Al snel verschenen er huizen bij de kapel. Uiteindelijk kwamen er zoveel mensen naar het klooster dat het te klein werd en een deel ervan naar Dokkum werd verplaatst. Het klooster was van de Premonstratenzer orde die in 1121 in Prémontré is gesticht door Norbertus van Xanten. De kloosterlingen zijn gekleed in witte gewaden en worden daarom ook wel ‘witheren’ of ‘witte pastoors’ genoemd.

6. De Volharding [kaart]

In de 19de eeuw ontwikkelt zich in het terpen- en wierdenland de industrie. Kleine, ambachtelijke bedrijven groeien uit tot fabrieken. Beschuitfabriek ‘De Volharding’ uit 1910 is daar een voorbeeld van. Het begint met de bakkerij van de familie van der Meulen die zich specialiseert zich in beschuit. Bij zo'n specialisatie hoort een gebouw dat geschikt is voor het produktieproces. De bakkerij wordt een fabriek.
De gevel van het gebouw is onderverdeeld in vlakken en uitspringende banden baksteen. De ramen zijn klein en zitten hoog in de gevel verdeeld in kleinere vierkanten. Dit zijn kenmerken van de Amsterdamse School, een stijl in de architectuur die in Amsterdam populair werd, maar in de eerste 20 jaar van de 20ste eeuw overal in Nederland werd toegepast.
De fabriek brandde in 1924 af, maar werd hersteld. De bakkerij is later bekend geworden met melba-toast en roggebrood.

Direct naar de kaart op Google maps »

TOP

Kijk voor meer informatie op:

terpenenwierdenland.nl en

educatie.terpenenwierdenland.nl