HOME

Ulrum

Ulrum telt ongeveer 1300 inwoners en ligt op een lange kwelderwal die vroeger de westelijke oever van de Hunzeboezem vormde.  Het is een dubbel wierdedorp dat in rechthoekige blokken is verdeeld. Rond 600-650 n Chr. woonde men hier nog op het niveau van de kwelder. Daarna groeiden de wierden snel in hoogte en breedte. De groei stopte rond 1200, toen het land door de aanleg van dijken beschermd werd tegen het water.
Ulrum is bekend geworden door dominee Hendrik de Cock die zich in 1834 met zijn volgelingen afscheidde van de Nederlandse Hervormde Kerk.

De elegante bewoners van de Asingaborg.

Op pad in het dorp

1. westelijke wierde [kaart]

Op de westelijke wierde staat een kerk uit de 12e eeuw. De twee wierden zijn inmiddels vrijwel aaneengegroeid. Op de westelijke wierde is duidelijk een overstromingslaag te zien. Dat is grond die zich heeft afgezet tijdens een grote overstroming. Er is op de westelijke wierde ook een grote ophoging gevonden, Die stamt uit de periode waarin de eerste kerk werd gebouwd. In de bodem zijn zaden en plantenresten gevonden. Hierdoor weten we hoe men in Ulrum leefde. Er is een tuinboon, gerst, vlas en zwart mosterdzaad gevonden. Maar ook wol, mosselschelpen, een metaalslak, veen en hout. Veen en hout waren zeldzaam op de wierde en zijn waarschijnlijk aangevoerd van elders.
Uit vondsten van mosselschelpen in boringen van archeologen maken we op dat de zee een belangrijke bron van voedsel was.

2. Catharinakerk [kaart]

De Catharinakerk ligt op de westelijke wierde. De kerk werd rond 1225 gebouwd, maar er is door de eeuwen heen veel aan veranderd.
Waarschijnlijk kwam het christendom pas aan het eind van de 8ste in Ulrum. Vóór de bouw van de stenen kerk in de vroege 13de eeuw zal er waarschijnlijk een houten kapel op de wierde hebben gestaan.
De heilige waarnaar een kerk is genoemd wordt 'patroonheilige' genoemd. De patroonheilige van de Catharinakerk is de heilige Catharina van Alexandrië. De grootste van de twee klokken in de toren draagt het opschrift: ‘’Sancta Caterina bin ick ghete’. Naast het opschrift is een afbeelding van de heilige. Catharina stierf in 310 na Christus. Keizer Maxentius veroordeelde haar tot de marteldood op een houten rad met ijzeren punten. Je kunt haar daarom op afbeeldingen herkennen aan het rad, een groot wiel, met punten.
In de tweede helft van de 13de eeuw bouwde men een losstaande simpele rechthoekige verdedigingstoren die open was aan de onderkant. De eerste verdieping was te bereiken met een losse houten trap. In geval van een beleg kon die trap makkelijk binnen gehaald worden.
Enkele eeuwen later werden toren en kerk met elkaar verbonden door er een stuk tussen te bouwen. In de 17de eeuw kreeg de kerk zijn huidige vorm.
Op de spits van de kerktoren staat een windwijzer in de vorm van een leeuw, het wapen van de familie Lewe. Deze familie, de bewoners van de Asingaborg, hadden in de 16de eeuw veel macht in de streek, bijvoorbeeld het recht om de pastoors in een aantal kerken te benoemen. Ze hadden een eigen koorbank vlak bij de preekstoel en  een eigen grafkelder.
Aan de zuidkant van de muur zit een klein venster, een 'hagioscoop'. Hierdoor konden gelovigen die niet in de kerk mochten komen, omdat ze een besmettelijke ziekte hadden of misdaden hadden begaan, toch het altaar en de priester zien. 'Hagioscoop' betekent 'zicht op het heilige'.

3. oostelijke wierde [kaart]

Bij de oostelijke wierde stond ooit de borg van familie Asinga. Van de oostelijke wierde is een deel afgegraven. Dat deed men in de eerste 20 jaar van de 20ste eeuw, omdat de grond kon worden verkocht aan landbouwers in Drenthe, waar de grond minder vruchtbaar was. De oostelijke wierde is meer dan 4 meter hoog. Daaronder werd de natuurlijke, niet door mensen aangebrachte kwelderlaag aangetroffen. Beide wierden zijn ongeveer even oud, maar de oostelijke wierde is lange tijd de hoogste wierde geweest.

4. Asingapark [kaart]

De geschiedenis van de Asingaborg gaat terug tot vóór 1400, toen er op dezelfde plek een boerderij stond. Deze boerderij maakte in 1659 plaats voor de Asingaborg, een vorstelijk verblijf.
Al vroeg in de middeleeuwen slaagden bepaalde families er in land, macht, aanzien en rijkdom te verzamelen. Deze machtige landheren werden “jonkers” genoemd. Hun positie werd in de loop der tijd vaak geleidelijk uitgebouwd.
Met een verzekerd hoog inkomen konden ze het zich veroorloven de huizen waarin ze woonden steeds groter en voornamer te maken. Deze landhuizen worden in Groningen ‘borgen’ genoemd.
In de 17de eeuw bloeiden deze borgen vaak op tot lusthoven. Deze gebouwen werden vaak omringd door fraai aangelegde tuinen, boomgaarden en moestuinen. De Asingaborg was het elegante hart van Ulrum.
Borgen waren belangrijk voor de economie, omdat ze werk gaven aan bewoners van de naburige dorpen en goederen kochten van handelaren uit de streek. Ze bleven soms generaties lang in handen van dezelfde familie. Veel families bezaten meerdere borgen.
Tegen het einde van de 18de eeuw kwam er een eind aan de macht van de jonkers. In korte tijd werden de inkomsten van de families minder. Families met meerdere borgen raakten in de problemen. Aan het begin van de 19de eeuw werden daarom veel borgen verkocht. De families konden ze niet meer onderhouden. Ze werden meestal op afbraak verkocht. Dat wil zeggen dat iedereen onderdelen van de borg kon kopen. De familie Asinga in Ulrum overkwam hetzelfde. In 1809 werd de Asingaborg op afbraak verkocht. Jan Andries uit Kollum kocht de borg voor 6000 gulden. Het werd afgebroken en het puin dat daarbij vrijkwam is gebruikt voor het versterken van dijken.
De ondergang van de borgen was niet alleen voor de bewoners slecht nieuws, maar ook voor veel mensen die voor hun inkomen van de borg afhankelijk waren, zoals ouderen die vaak klusjes in en om het huis deden.
De terreinen waar vroeger een borg stond zijn soms nog herkenbaar aan een open plek met bomen en een gracht, maar soms is er alleen nog een straatnaam die aan de oude borg herinnert. In Ulrum is het borgterrein nog steeds herkenbaar in het Asingapark.

5. station [kaart]

In 1922 vertrok de eerste trein vanaf het station Ulrum. Het station lag op de spoorlijn van Winsum naar Zoutkamp, ook wel ‘Marnelijn’ genoemd. Aan deze spoorlijn werden 5 identieke stationsgebouwen neergezet. De spoorverbinding heeft maar 20 jaar bestaan. Al vanaf het begin maakte de lijn niet genoeg winst. Dit kwam vooral door de snelle toename van het autoverkeer en de opkomst van busondernemingen.
In 1942 sloopten de Duitse bezetters de spoorbaan om het materiaal, vooral het kostbare staal van de rails, ergens anders te gebruiken. Na de oorlog werden de rails niet meer hersteld en werd de spoorbaan opgeheven. De gebouwen in Ulrum, Leens en Zoutkamp staan er nog.

Direct naar de kaart op Google maps »

TOP

Kijk voor meer informatie op:

terpenenwierdenland.nl en

educatie.terpenenwierdenland.nl